759. Het koninkrijk Ladonia
Nieuwe aflevering micronaties (mini-staatjes )
759. Het koninkrijk Ladonia
10 juni 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Een van Zweden's meest controversiële kunstenaars bouwde vanaf 1980 pal aan zee twee grote beeldhouwwerken in een natuurreservaat in noord-westelijk zweden. Zweden is een groot land met uitgestrekte grotendeels onbewoonde natuurgebieden, en het duurde dan ook een tijd voordat de autoriteiten überhaupt door hadden dat de beelden er stonden.
Toen de beelden (genaamd Nimis, latijn voor 'te veel' en Arx, latijn voor verdedigingsfort) na twee jaar door de lokale overheden werden ontdekt, werd verordonneerd dat de kunstwerken direct moesten worden gesloopt. Nimis is gemaakt van 75 ton drijfhout en Arx is van steen.
Om dit mogelijk te maken werd in de officiële stukken steeds gesproken over 'woonhuizen', de bouw daarvan in het natuurreservaat is namelijk verboden.
De maker van de kunstwerken ging in beroep tegen deze beslissing tot sloop, maar verloor dit. Na meerdere malen hoger beroep hakte uiteindelijk de Zweedse regering de knoop door. De beelden moesten weg.
Joseph Beuys
Dat weghalen ging echter nog niet zo gemakkelijk. In 1984 werd het kunstwerk Nimis namelijk gekocht door de vernieuwende Düsseldorfse kunstenaar Joseph Beuys. Beuys behoorde tot dezelfde kunststroming. Hij maakte verschillende sculpturen van boter en van margarine. Een van die kunstwerken werd ooit na sluiting van het museum door een schoonmaakster aangezien voor door bezoekers achtergelaten troep, en het kunstwerk enkele tienduizenden euro's waard kwam zo onherstelbaar beschadigd bij het afval terecht. Beuys overleed in 1986, waarna de bekende 'inpakkunstenaar' Christo en een andere kunstenaar Jeanne-Claude het kunstwerk overkochten.
De beelden bleven staan, en in 1996 riep de maker van de kunstwerken vervolgens de micronatie Ladonia uit om daarmee te protesteren tegen de lokale overheid die het immers op zijn kunst had voorzien.
Drie jaar later, in 1999, verscheen er op ongeveer dezelde een derde beeld, Omphalos, gemaakt van een ton aan beton en genoemd naar een klein beeldhouwwerk dat in de tempel van Delphi stond en dat het middelpunt van de wereld zou aangeven. Een stichting, nota bene opgericht niet om de natuur te beschermen, maar om kunst en cultuur te promoten beschuldigde de kunstenaar er vervolgens van dat hij het beeldhouwwerk zou hebben geplaatst en dienden daarover een klacht in bij de politie.
De districtsrechtbank beval vervolgens de verwijdering van Omphalos, en hoewel niet bewezen kon worden dat hij het bouwwerk had gemaakt, moest de kunstenaar het kunstwerk toch verwijderen omdat de rechtbank aannam dat hij het wel geweest moest zijn. De stichting eiste ook de verwijdering van Nimis en Arx, 'Nou wordt s mans wordt ondanks zijn faam onder vakgenoten in het buitenland bij de gevestigde kunstwereld in Zweden zelf nergens serieus genomen. Maar de rechtbank besloot tegen de sloop van het al bestaande werk. De zaak ging vervolgens in hoger beroep, maar dat veranderde niets aan de beslissingen.
Een 'aanvaardbare manier van vernietiging'
De kunstenaar mocht vervolgens zelf een aanvaardbare manier uitzoeken om het laatst bijgekomen kunstwerk te vernietigen. Niet wars van een relletje wilde hij dit vervolgens doen op 10 december 2001. Dat was Nobel-dag en tegelijkertijd de dag van het honderdjarig bestaan van de Nobelprijs. Omphalos zou worden opgeblazen, en de kunstenaar diende daarvoor vervolgens de benodigde aanvragen voor vergunningen in.
De lokale overheden namen eerder echter al op het besluit om op 9 december het kunstwerk te laten verwijderen. Dat was op 7 december. Ze besloten daarbij tevens om dat niet bekend te maken tot aan 10 december. Voor die datum was ook dit kunstwerk weer verkocht aan een andere kunstenaar. Die eiste meteen na de koop dat Omphalos onbeschadigd zou blijven.
Het kunstwerk werd op 9 december namens de overheid met een kraan weggetakeld, wat 92,500 Zweedse kronen kostte. Kosten die werden doorberekend aan de kunstenaar. Het beeld is bij die werkzaamheden beschadigd geraakt, zodat ook de nieuwe eigenaar van het beeld zich roerde. De overheidsorganisatie die het werk had laten uitvoeren werd later vanwege de veranderingen (= beschadigingen) aan het beeld uitgeroepen tot "uitvoerend kunstenaar van het jaar 2002".
De kunstenaar diende hierna een aanvraag in bij de lokale overheden om een sculptuur ter nagedachtenis aan het verdwijnen van Omphalos te mogen aanbrengen op de plek waar het beeld gestaan had. Die toestemming werd verrassend genoeg direct gegeven, en op 27 februari 2002 werd vervolgens dit 8 centimeter hoge beeld onthuld.
Op het moment van oprichting had Ladonia geen inwoners of ingezetenen. Nog steeds is het land zelf onbewoond, maar in 2011 zijn er bijna 16.000 burgers met de nationaliteit van Ladonia, afkomstig uit zo'n vijftig landen. Het landje heft belasting bij de burgers, niet in geld, maar in artistieke bijdragen in welke vorm dan ook aan de wereld van de kunst.
Ladonia is een constitutionele monarchie met zowel een koninging (Caroline I) als een president.
bronnen: wikipedia.org, ladonia.net, diverse bronnen
Categorie: micronaties - plusminus 777 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
758. Een nieuwe serie mini-staatjes
6 juni 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
De komende dagen publiceer ik weer een nieuwe column in de serie 'micronaties'. Ik ben al een poosje bezig om de serie aan te passen. En ik heb daar de afgelopen tijd ook nogal mee geworsteld. Uiteindelijk zullen de tekstjes hoogstwaarschijnlijk ook in boekvorm verschijnen, althans voor een deel. Ik worstel nog een beetje met de indeling die ik voor de teksten wil gebruiken. Die indeling gaat vermoedelijk mee bepalen als dat boek er komt wat er wel en niet op papier cq. in de e-reader komt. Ik wil er eigenlijk zo weinig mogelijk onderverdelen. Maar ik wil wel de 'pure micronaties', die ook echt aan de criteria voldoen in een apart kader plaatsen.
Maar ja, twee categorieën. Al snel had ik er drie. Aan de andere kant van het spectrum heb ik namelijk ook een aantal zaken al beschreven die heel duidelijk afwijken. En ik wil er daarvan ook nog een aantal gaan beschrijven. Het gaat om rare grensconflicten, de lappendeken aan enclaves waaruit Baarle-Nassau en Baarle-Hertog bestaan, en er komen vast nog wel meer dingen bij. In het midden krijg je dan alle landachtige stukken die niet een micro-natie zijn. Drie categorieën dus. Ik had de micro-natiesite er al op aangepast.
Categorieën 1 en 3 leveren daarbij geen problemen op. Maar categorie 2 valt makkelijk weer uiteen in drie nieuwe groepen. Ten eerste zijn er de niet helemaal complete micronaties. Die voldoen niet aan een paar essentiële voorwaarden. Ze hebben bijvoorbeeld geen grondgebied (bijv. Lovely), geen inwoners, of geen paspoorten, geld en/of postsysteem, maar ze noemen zich wel micronatie.
De tweede groep binnen categorie 2zijn de mini- en microlanden die wél internationaal erkend worden zoals Monaco, Vaticaanstad en San Marino. Zeer verschillend dus van de eerste subgroep.
Binnen groep twee vallen daarnaast nog autonome gebieden van andere landen zoals Svalbard. Zoals bij vrijwel alle categorieën zijn ook de grenzen dáártussen lastig te trekken. Sommige landjes bijvoorbeeld, zoals in Micronesië vaak gebeurt zijn wel degelijk een echt land, inclusief internationale erkenning, maar hebben met een 'grote broer', vaak is dat Nieuw Zeeland, de afspraak dat die militair bijspringt als zo'n landje van soms maar 1200 inwoners zou worden aangevallen.
Verder vallen veel landen die door de meeste mensen als volstrekt onafhankelijk gezien worden nog steeds onder de Britse vorstin, zoals bijvoorbeeld Canada en Australië. Het verre vorstenhuis bemoeit zich zelfs soms met wat er in Australië op televisie wordt gebracht, zoals onlangs nog gebeurde. In het Caribisch gebied is het een ware lappendeken van (naast andere entiteiten) voormalige Britse Koloniën die deels wel, deels niet als enige band met de oude kolonist, de Engelse vorstin nog als staatshoofd erkennen.
Moet zo'n minilandje nu gezien worden als onderdeel van de UK of als zelfstandig land? Ook de VS heeft dit soort banden, die net als bij het UK vaak ook sterk verschillend zijn met allerlei verre gebiedsdelen (de VS hebben in tegenstelling tot de UK een echte indeling van de verschillende statussen wat dit betreft).
Bij Denemarken zijn de banden met gebiedsdelen op afstand op een ingewikkelde manier vaak nog veel zwakker. De Faeröer eilandengroep, iets dichter bij de Shetlands dan bij IJsland bijvoorbeeld. Officieel is dat een autonome provincie van Denemarken. Het gebied heeft echter een hoge mate van zelfstandigheid. Hoewel het genoemd wordt in het verdrag van Rome en heel duidelijk bij het werelddeel Europa hoort, is het in tegenstelling tot Denemarken zelf geen lid van de EU. En op Faeröer wordt betaald met de Faeröer Kroon, een eigen munt. Moet je het dan als zelfstandig land zien of niet?
Hoe dan ook, ik ga wel een dergelijke indeling maken, maar of dat uiteindelijk lopende het hele project helemaal consequent zal zijn...
De komende tijd ben ik van plan om niet alleen de website verder op orde te brengen, en een aantal van de huidige teksten te herschrijven, ik ga er zeker
758. Een nieuwe serie mini-staatjes
6 juni 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
De komende dagen publiceer ik weer een nieuwe column in de serie 'micronaties'. Ik ben al een poosje bezig om de serie aan te passen. En ik heb daar de afgelopen tijd ook nogal mee geworsteld. Uiteindelijk zullen de tekstjes hoogstwaarschijnlijk ook in boekvorm verschijnen, althans voor een deel. Ik worstel nog een beetje met de indeling die ik voor de teksten wil gebruiken. Die indeling gaat vermoedelijk mee bepalen als dat boek er komt wat er wel en niet op papier cq. in de e-reader komt. Ik wil er eigenlijk zo weinig mogelijk onderverdelen. Maar ik wil wel de 'pure micronaties', die ook echt aan de criteria voldoen in een apart kader plaatsen.
Maar ja, twee categorieën. Al snel had ik er drie. Aan de andere kant van het spectrum heb ik namelijk ook een aantal zaken al beschreven die heel duidelijk afwijken. En ik wil er daarvan ook nog een aantal gaan beschrijven. Het gaat om rare grensconflicten, de lappendeken aan enclaves waaruit Baarle-Nassau en Baarle-Hertog bestaan, en er komen vast nog wel meer dingen bij. In het midden krijg je dan alle landachtige stukken die niet een micro-natie zijn. Drie categorieën dus. Ik had de micro-natiesite er al op aangepast.
Categorieën 1 en 3 leveren daarbij geen problemen op. Maar categorie 2 valt makkelijk weer uiteen in drie nieuwe groepen. Ten eerste zijn er de niet helemaal complete micronaties. Die voldoen niet aan een paar essentiële voorwaarden. Ze hebben bijvoorbeeld geen grondgebied (bijv. Lovely), geen inwoners, of geen paspoorten, geld en/of postsysteem, maar ze noemen zich wel micronatie.
De tweede groep binnen categorie 2zijn de mini- en microlanden die wél internationaal erkend worden zoals Monaco, Vaticaanstad en San Marino. Zeer verschillend dus van de eerste subgroep.
Binnen groep twee vallen daarnaast nog autonome gebieden van andere landen zoals Svalbard. Zoals bij vrijwel alle categorieën zijn ook de grenzen dáártussen lastig te trekken. Sommige landjes bijvoorbeeld, zoals in Micronesië vaak gebeurt zijn wel degelijk een echt land, inclusief internationale erkenning, maar hebben met een 'grote broer', vaak is dat Nieuw Zeeland, de afspraak dat die militair bijspringt als zo'n landje van soms maar 1200 inwoners zou worden aangevallen.
Verder vallen veel landen die door de meeste mensen als volstrekt onafhankelijk gezien worden nog steeds onder de Britse vorstin, zoals bijvoorbeeld Canada en Australië. Het verre vorstenhuis bemoeit zich zelfs soms met wat er in Australië op televisie wordt gebracht, zoals onlangs nog gebeurde. In het Caribisch gebied is het een ware lappendeken van (naast andere entiteiten) voormalige Britse Koloniën die deels wel, deels niet als enige band met de oude kolonist, de Engelse vorstin nog als staatshoofd erkennen.
Moet zo'n minilandje nu gezien worden als onderdeel van de UK of als zelfstandig land? Ook de VS heeft dit soort banden, die net als bij het UK vaak ook sterk verschillend zijn met allerlei verre gebiedsdelen (de VS hebben in tegenstelling tot de UK een echte indeling van de verschillende statussen wat dit betreft).
Bij Denemarken zijn de banden met gebiedsdelen op afstand op een ingewikkelde manier vaak nog veel zwakker. De Faeröer eilandengroep, iets dichter bij de Shetlands dan bij IJsland bijvoorbeeld. Officieel is dat een autonome provincie van Denemarken. Het gebied heeft echter een hoge mate van zelfstandigheid. Hoewel het genoemd wordt in het verdrag van Rome en heel duidelijk bij het werelddeel Europa hoort, is het in tegenstelling tot Denemarken zelf geen lid van de EU. En op Faeröer wordt betaald met de Faeröer Kroon, een eigen munt. Moet je het dan als zelfstandig land zien of niet?
Hoe dan ook, ik ga wel een dergelijke indeling maken, maar of dat uiteindelijk lopende het hele project helemaal consequent zal zijn...
De komende tijd ben ik van plan om niet alleen de website verder op orde te brengen, en een aantal van de huidige teksten te herschrijven, ik ga er zeker ook een aantal nieuwe maken. Er is naarmate je er verder in duikt, enorm veel op dit gebied. Het is moeilijk kiezen, en dat doe ik dus ook heel subjectief...
Ik heb er in de afgelopen tijd al meerdere al geschreven. Vrijwel geschikt om op de site te zetten zijn die van het koninkrijk Ladonia en van de republiek San Marino. De eerstvolgende die ik daarna ga publiceren zijn vermoedelijk de Vrijstad Christiania en de enclaves waaruit Baarle-Nassau en Baarle-Hertog bestaan. En misschien daarna Kaliningrad, het vroegere Königsberg, tegenwoordig een Russische enclave middenin de EU. Daarna komen dan weer een aantal 'pure' micronaties. (Dit alles zonder verdere garanties, dat spreekt...)
Categorie: micronaties - plusminus 738 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
757. Wie kent dit goedje nog?
Hoe maak je grappig materiaal met een visco-elasticiteit van een type dat op een niet-newtoniaanse wijze uitvloeit?
757. Wie kent dit goedje nog?
22 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
In de jaren zestig waren er verschillende rages. Veel mensen zullen zich Batman nog wel herinneren en de Thunderbirds. Een van de minder bekende voorbeelden was de zogenaamde 'lachzak'. Dit was een stoffen zakje met daarin een huidkleurig stukje elektronica waarin een miniatuur doorzichtig grammofoonplaatje zat. Net als bij een scheetkussen moest het zakje enigszins onder druk gezet worden en er barstte een mechanisch klinkende aanstekelijke bulderende lach uit het apparaatje, die pas na enige tijd weer ophield.
Iets anders waarvan ik altijd gedacht heb dat een kortdurende rage was, bleek toen ik het ging opzoeken helemaal geen rage geweest te zijn.
De afgelopen weken vond er werk aan mijn huis plaats waarbij veelvuldig werd geschilderd. Op een bepaalde dag meende ik de geur van vroeger te kennen, en of de geur echt overeenstemde weet ik niet, maar ik bedacht me dat het rook als Silly Putty.
Silly Putty werd verkocht als speelgoed, in een ei dat je in twee helften open kon maken en weer sluiten. Na 'gebruik' kon je het spulletje daar ook weer in opbergen. Het materiaal waarvan ik altijd gedacht heb dat het een bijproduct was van de olie-industrie had een aantal bizarre kenmerken. Zo was het bijvoorbeeld zowel vast als vloeibaar. Dat wil zeggen dat de viscositeit, de stroperigheid van het materiaal varieerde met de druk waaraan het bloot stond. Zo kon je het tot een balletje kneden, en dan op tafel leggen. Een halve middag later was het balletje dan goeddeels uitgelopen tot een soort van plasje. Wanneer je er echter een staaf of broodje van kneedde kon je die vervolgens ook gewoon doormidden breken. Als je het materiaal op een harde ondergrond gooide, dan stuiterde het, door de klap een moment lang tot een rubberachtige vaste stof geworden, als een stuiterballetje weer terug.
In die tijd werden kranten doorgaans nog met olieachtige inkt gedrukt, en doordat het materiaal ook kleefde kon je wat er in de krant stond op het stuiterbal-boetseer-materiaal overbrengen. Die afbeelding of tekst kon je al dan niet vervormen en vervolgens op een ander blad papier weer afdrukken. Door die dubbele handeling was de kopie dan ook nog niet in spiegelbeeld.
Op Wikipedia is een hoop over het materiaal te vinden, en zo kwam ik er dus achter dat het helemaal niet een bijproduct van aardolie uit de jaren zestig was, maar dat het materiaal tijdens de oorlogsjaren per ongeluk was ontdekt. De VS zagen in die tijd Japan steeds meer gebieden bezetten waar de VS hun rubber van betrokken. Rubber was voor de oorlogsindustrie heel belangrijk, zodat er naarstig naar allerlei andere alternatieven als oplossing voor het rubberprobleem werd gezocht. Zo stuitte men dus op dit materiaal.
Bij de bijzondere eigenschappen van het materiaal wordt als belangrijkste een visco-elasticiteit genoemd van een type dat op een niet-newtoniaanse wijze uitvloeit. Over het patent voor het spulletje werd in eerste instantie flink geruzied tussen twee onderzoekers die het materiaal vermoedelijk toevalligerwijze en onafhankelijk van elkaar ongeveer tegelijkertijd bedachten. Het niet giftige materiaal lag al in 1949 in de Amerikaanse speelgoedwinkels. In de jaren 50 ging een van de eerste TV-reclamecampagnes over dit speelgoed.
Het materiaal was vanaf 1961 ook in andere landen dan de VS verkrijgbaar, waarna het een hit werd in de communistische Sovjet Unie(!), in Italië en onder andere in Duitsland, Nederland en Zwitserland. Het werd in 1968 zelfs door de astronauten van Apollo 8 meegenomen naar de maan om onderweg tijdens gewichtloosheid hun ruimtegereedschap mee vast te maken zodat dit niet ging rondzweven. In 1987 werden er jaarlijks zo'n 2 miljoen eieren met Silly Putty verkocht.
Behalve in de ruimte wordt het materiaal vanwege de kleefeigenschappen bijvoorbeeld ook gebruikt om vuil te verwijderen zoals dierlijk haar. Ook bij medische behandelingen wordt Silly Putty soms gebruikt en bij wetenschappelijk onderzoek. Fysiotherapeuten gebruiken het om mensen met verwondingen aan hun handen te helpen de functionaliteit van hun handen terug te krijgen. Ook kan het in zijn algemeenheid helpen om stress te verminderen.
Silly Putty bestaat voor 65% uit dimethyl siloxane, een siliconenmateriaal dat voor de bijzondere eigenschappen zorgt. Het wordt verkregen door bepaalde polymeren te verkorten met behulp van boorzuur. Het bestaat verder voor 17% uit silica (kristallijn kwarts, dat bij een andere toepassing in gel-vorm ervoor zorgt dat verpakte elektronica bij verschepen niet vochtig wordt), een belangrijk ingrediënt is verder een aandeel aan verwerkte zaden van de wonderboom (castor beans in het Engels). Van deze castor-olie (Thixatrol ST) zit er 9% in en verder nog 1% van een drietal andere stoffen.
Silly Putty is nog steeds te koop. Ik heb het in Nederland na kort googlen niet kunnen vinden, maar via eBay betaal je ongeveer 2,50 euro voor een ei.
Het is niet heel moeilijk om Silly Putty zelf te maken. Een beschrijving hiervoor staat op:
http://www.hoedoe.nl/wetenschap-techniek/scheikunde/hoe-maak-ik-silly-putty
Silly Putty website: www.sillyputty.com
Categorie: life-log / nostalgisch / informatief - plusminus 792 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
756. Zoenend stelletje
756. Zoenend stelletje
14 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Eind jaren 70, begin jaren 80 organiseerde ik als radioamateur vele vossenjachten. Vossenjachten hebben in dit kader niets met dieronvriendelijke activiteiten te maken, maar het komt er in het kort op neer dat één zo'n zendgek zich ergens in de bosjes of op een andere meer creatieve plek moet verstoppen, en dat de rest, destijds vaak een hele meute die ene figuur met zijn/haar zender dan moet zien op te sporen. Voor opsporingsambtenaren van clandestiene zenders is het dagelijks werk, maar radioamateurs zien het bij dit soort gelegenheden meer als sport. Er zijn meerdere varianten van dit soort vossenjachten, bij veel daarvan wordt er alleen gelopen. Wij hadden destijds een systeem waarbij we in het begin dat we ze organiseerde nog een aparte puntentelling hadden voor lopers, fietsers en autorijders maar uiteindelijk was de praktijk dat iedereen vanaf een parkeerplaats op een van de hoogste plekken van Amersfoort (voor wie het kent nabij het Belgenmonument) met de auto startte en afhankelijk van de plek alleen de laatste meters, of hooguit honderden meters lopend aflegde. Teams bestonden dan ook meestal uit een chauffeur en een navigator annex jager.
Hoewel ik ook in de competitie van de jachten zelf weleens heel aardig heb gepresteerd, was ik doorgaans toch een vrij matig vossenjager. Des te beter was ik in het bedenken van rotstreken als 'vos'. Dat bleef bij de anderen niet onopgemerkt, en zo is er als ik een enkele keer toch eens zelf op vossenjacht ging meermalen op een sympathiek bedoelde manier wraak op mij genomen.
Een van die keren was de vos een voor mij onbekend persoon. D.w.z. ik kende hem wel, maar ik wist niet wie het was. Of zelfs maar dat hij bij het vossenjagen betrokken was. Zodoende had ik ook niet direct in de gaten wie of ik in het donker voor me had.
De auto door mijn vaste kompaan bestuurd bracht mij vlak in de buurt van diens woonhuis, park Randenbroek, waar je destijds nog in donker zonder al te ongerust te zijn voor criminaliteit of dingen die mogelijk in strijd zijn met de zedenwetten van mijn woonplaats kon rondlopen. Ik begon vanaf (opnieuw voor wie de omgeving kent) de richting van het ziekenhuis, net buiten het park aan de andere kant van de beek te lopen. Het was in een korte periode dat ik met jagen buitengewoon goed presteerde, wat kwam door een deels zelfbedachte en zelfgebouwde peilontvanger, die weliswaar uiterst geschikt was voor het peilwerk, maar tegelijk ook zo onhandig zwaar en weinig waterdicht dat ik hem daarna voor dat doel nog maar heel erg weinig heb gebruikt. Nadat ik tweederde van de zijde langs het park had afgelegd, wist ik daardoor absoluut zeker dat de zender zich op een bepaalde plek precies aan de andere kant van de beek bevinden moest.
Doordat we bovendien, peilantenne uit het raampje van de VW-kever gestoken, vrijwel in een rechte lijn vanaf heb Belgenmonument naar beneden bij het park gereden waren, wist ik zeker dat ik absoluut tot een van de eersten moest behoren die op de plek van bestemming was aangekomen. Kortom, nog even stug doorstappen, beek over en de ingang van het park in, en de overwinning kon mij bijna niet meer ontgaan. Voorzichtigheidshalve in het donker poolshoogte genomen van de situatie ter plekke. Meestal zit er een persoon bij of dichtbij de zender, maar soms hangt er een briefje aan of een stapel briefjes waarvan je er eentje ten bewijze mee moest nemen. Dat viel nog niet mee, want ondanks dat mijn ogen al een poosje aan het donker waren gewend ontnam de donkere nacht en het dichte bladerdak mij vrijwel alle zicht.
Toch ontwaarde ik vrijwel op de plek waar ik gepeild had op een bankje een silhouet. Ik peilde van een meter of 100 afstand nog maar eens extra. Geen zin om een eventueel agressieve zwerver onnodig uit zijn slaap te halen. Maar nee hoor. Pinpoint-precies om het zo maar te zeggen. Maar ik bleef niettemin voorzichtig. Voor hetzelfde zat de vos 10m achter het bankje en had ik alsnog te maken met een zwerver.
Op de bank bleek een zoenend paartje te zitten. Ik was redelijk overtuigd van mijn gelijk en riep van dus een meter of acht afstand "ik zoek de vos". Ze gaven enigszins geamuseerd aan dat ze geen idee hadden waarover ik sprak. Maar ik wist het zeker, dus drong ik aan. Het bleek dat ze toch wel graag met rust gelaten wilden worden. Toen ik een derde keer vroeg werd ik resoluut weggestuurd. Vervolgens nog een aantal keren gepeild, niet verder dan 50 tot 100 m vanaf de plek, maar de man in kwestie met zijn resolute stemgeluid maakte de indruk dat er niet met hem viel te spotten, en omdat met het sowieso onverstandig leek om zoogdieren bij hun paringsritueel lastig te vallen besloot ik mijn heil elders te gaan zoeken. Vossenjachten op de betreffende frequentie in bewoonde omgevingen staan bekend om de vele reflecties van het signaal die ook geregeld valse peilingen veroorzaken.
Afijn, nadat ik mijn actieradius tot zeker 15 minuten loopafstand had uitgebreid kwam ik zo'n 40 minuten later alsnog op dezelfde plek aan. Het paartje zat er nog steeds, en toen ik nogmaals in hun richting keek leek het alsof ze me vol medelijden wenkten. Jawel, ik had wel degelijk de vos als een van de eersten aangetroffen, maar doordat ik me dus had laten aftroeven stond ik dit keer bij de prijsuitreiking zowat onderaan de lijst.
Het moeilijkst was vervolgens nog mijn gang naar het nabijgelegen cafetaria waar de prijsuitreiking dus zou plaatsvinden. Het liefste was ik gewoon direct naar huis gegaan. Uiteraard waren de meesten daar al binnen komen wandelen. De creatieve manier waarop de vos zich dit keer had verstopt, maar bovenal hoe ze de jongen die zelf altijd de gemene streken uithaalde hadden afgetroefd was er inderdaad aanleiding voor veel hilariteit. Eigen schuld dikke bult.
Categorie: life-log - plusminus 986 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
755. Schurken!
755. Schurken!
10 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Nou ja, misschien niet letterlijk. Maar toch, in mijn beleving...
Ik heb in het verleden al vaker rare problemen gehad met 's lands beste internetprovider. Maar wat ik de afgelopen week meemaakte had enige trekjes waar de DDR-regering in haar gloriedagen waarschijnlijk trots op had kunnen zijn.
Voor de goede orde: geregeld ontvang ik brieven van het bedrijf, vaak vergezeld van een aardig presentje waarin het niet nalaat mij te prijzen omdat ik officieel tot de 300 eerste van hun nu vele tienduizenden klanten behoor.
XS4ALL was van huis uit een stichting. Opgezet door eerlijke mensen met oprechte idealen, zoals Rop Gonggrijp en Felipe Rodriquez. Nooit bedoeld als internetbedrijf, maar als nevenactiviteit van een vereniging van hackers die dat hacken deden om de juiste motieven, namelijk misstanden aan de kaak stellen.
Hoewel het bedrijf nog graag flirt met de standpunten van weleer lijkt het een soort wolf in schaapskleren. Rond de millenniumwisseling werd het bedrijf gekocht door KPN. Die aankoop snapte ik nog wel. De mensen van de beginperiode waren dus geen zakenmensen of managers. Zij deden het besturen van dat steeds meer groeiende bedrijf tegen wil en dank. Het waren mannen met dikke brillen, deels kale hoofden, slobberige T-shirts met cola en met pizzavlekken en met soms een paardenstaart, samen met hun vrouwelijke equivalenten.
Managen kun je beter overlaten aan mensen die daarvoor hebben doorgeleerd, maar die bovendien in de wieg zijn gelegd, of zich later hebben ontwikkeld tot het willen doen van dat soort werk.
Lange tijd heeft de oude garde zich vervolgens tegen de verKPNisering weten te verzetten. Maar meer en meer van de mensen die ik kende van weleer die bleken door de jaren heen er niet meer op hun plek. Ik bedoel dat dus zowel letterlijk als figuurlijk.
Ik behoor er tot de klanten van het eerste uur, en heb het bedrijf al de jaren, eigenlijk vanaf het allereerste begin steeds gevolgd. Een rotte kies is het inmiddels waarvan alleen het dunne laagje glazuur aan de buitenkant nog over is. Het heeft me in afgelopen jaren al in toenemende mate verbaasd hoe het bedrijf zich nog steeds binnen de top drie, en meestal zelfs op één van de bedrijven met de beste service heeft weten te handhaven. Zoals een werknemer van het bedrijf van de oude garde een aantal jaren geleden al eens op fluistertoon tegen me verzuchtte: "Als ik zie hoe erg het bij ons is, dan vraag ik me wel eens af hoe erg het bij al die anderen wel niet moet zijn..."
Meermalen heb ik in het verleden conflicten gehad om dingetjes soms en af en toe wat groters, zoals een fiks geldbedrag dat onterecht was geïncasseerd, maar waar ik alleen met de allergrootste moeite mijnerzijds niet naar heb hoeven fluiten.
In het begin van deze eeuw haakte het bedrijf in op de populaire podcast-rage. Dat was rond 2003 of 2004. De firma heeft meerdere van deze experimentele diensten, maar ik was aan met name deze dienst verknocht geraakt. Wat heet. Toen XMSnet met een glasvezeldienst beter dan de ADSL van XS4ALL kwam, was dit een van de twee redenen dat ik aan het bedrijf bleef hangen. Tot vorige week was ik er een van de meest actieve gebruikers van. Ik had er bij benadering zo'n 600 abonnees. Natuurlijk was ik me ervan bewust dat zo'n experimentele dienst geen eeuwig leven is beschoren.
Toen ik gisteren een nieuwe podcast online wilde zetten kwam ik niet op het inlogscherm, maar gewoon op de XS4ALL-website. Daarop stond vermeld dat de dienst de week ervoor was opgeheven. Het had lang genoeg geduurd. De knop was omgedraaid. Alleen hebben ze mij dat dus als gebruiker even verzuimd te melden. De tekst ging verder dat het ook makkelijk kon, dat opheffen. Podcasten was tegenwoordig op meer plekken mogelijk, er waren immers twee mooie alternatieven: podplaza.nl en gespod.nl
Mijn broek zakte op mijn enkels van verbazing. Gelukkig kon niemand dat verder zien, maar twee van mijn drie katten zijn de schok daarover dus nog altijd niet te boven. Die broek dat was dus niet alleen verbazing over het gemak waarmee een van de trouwste klanten van het bedrijf wordt gebruuskeerd en gedupeerd. Maar ook over het feit dat men dus niet blijkt te weten dat het alternatief podplaza al in 2009 de handdoek in de ring gooide, en dat gespod.nl eind november 2010 stopte met het nog langer verspreiden van haar podcasts.
Het is voor mij technisch en financieel geen groot probleem om een nieuwe podcast op te zetten. Maar wel kan ik mijn 600 trouwe abonnees dus niet laten weten dat mijn oude podcastlink het niet meer doet, en waar ze die nieuwe podcast van mij dus kunnen betrekken. Ik weet van bijna geen van alleen waar ze zitten of wat voor andere info ook.
Een verzoek vanochtend om dan toch op zijn minst op de oude link kort een mededeling neer te zetten waar mijn nieuwe podcast is te vinden werd in één simpel woord afgedaan: 'nee'. Dit slechte nieuws aan mij overbrengen werd overgelaten aan een sympathieke en zich hierover hoorbaar schuldig voelende helpdeskmedewerker die zo te horen aan hoe vaak hij dingen na moest vragen, slechts korte tijd bij het bedrijf in dienst moet zijn.
Nu ik erover nadenk: schurken zijn het inderdaad niet nee. Maar onbeschofte hufters wel!
De link van mijn nieuwe podcast, sinds vanmiddag in de lucht:
http://podcast.shorties.nl/rss.xml
(Abonneren kan via bijv. browser, Outlook, Thunderbird of een gespecialiseerd programma zoals Feedreader).
Categorie: life-log - plusminus 885 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
754. Hellup!! Het antenneregister
754. Hellup!! Het antenneregister
9 mei 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Ik ben zendamateur, en dan moet je in het antenneregister, omdat sommige mensen bang zijn van zendmasten. Dat zendamateurs in dat register komen is een beetje gek. Mobiele telefoonantennes en die voor omroepzenders, zenden uit op een vaste zendfrequentie. En dat meestal 24 uur per dag. Zendamateurs gebruiken een betrekkelijk laag zendvermogen, maar zijn gewoonlijk ook maar heel kortdurend in de lucht. En dat dan vaak op steeds wisselende frequentiebanden, waarbij doorgaans ook geregeld van zendvermogen wordt veranderd.
Maar Europa heeft dus besloten dat alle zenders in het register voor de bange mensen moeten, en op zich is dat een loffelijk streven. De maatregel pakte in een aantal landen veel vervelender uit dan in Nederland, waar eenmaal registreren van alle aparte antennes op één plek bijvoorbeeld voldoende is en kosteloos. Toch hebben veel radioamateurs grote bezwaren om hun zendplekje op een kaart te zetten. De invoering van de maatregel duurde lang. Er moest een speciale website gemaakt worden, die eerst niet heel erg goed werkte. Sinds een poosje wordt gezegd dat die website wel gewoon goed werkt, en sinds een paar dagen stuurt het agentschap van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie dat verantwoordelijk is dreigende brieven rond voor de mensen die nog niet in dat register staan. Wee je gebeente want anders bestuurlijke boete en/of een last onder dwangsom. Zo zout hebben de radioamateurs het in Nederland nog niet zo vaak gegeten, maar het gaat natuurlijk ook om een kwestie van gewicht.
Ik heb zelf twee zendvergunningen op mijn huisadres. Eentje voor een piepklein bakenzendertje, de andere om gewoon gezellig en populairwetenschappelijk met de andere amateurs te praten en te experimenteren met de apparatuur. De exacte coördinaten van het bakenzendertje heb ik anderhalf jaar geleden al schriftelijk doorgegeven, en op de kaart op het antenneregister dat iedere burger via internet kan raadplegen stond ook lange tijd een groen zijwaarts gericht driehoekje, dat aangaf dat hier het bakentje zich bevindt. Als je erop klikte dan stond er "geen informatie beschikbaar" en dat klopt. Waar een UMTS-mast tot op de milliwatt nauwkeurig moet vertellen wat het uitzendt, en hoe hoog de antenne staat mogen de zendamateurs zich dus in zwijgen hullen.
De dreigbrief verbaasde mij in mijn geval ook licht: immers met die tweede vergunning die gekoppeld is aan de eerste ben ik niet bepaald geheimzinnig met mijn exacte plek op de landkaart omgesprongen. Toch kreeg ik gisteren dus die bestuurlijke-dwangsom-dreigbrief. Wat was hier aan de hand? Ik dus op het internetkaartje gekeken. Verdorie. Het groene driehoekje was inderdaad verdwenen. Men wist niet meer waar ik was. Het zelfde geldt overigens voor een paar omliggende GSM- en UMTS-masten, maar het kan heel goed zijn dat die dus inmiddels zijn verhuisd, of dat de antennes er nog staan maar de apparatuur dus niet is ingeschakeld. Toch is dat natuurlijk wel een beetje vreemd. Mijn huisadres moest nog wel steeds gewoon in bezit zijn, want die brief die kwam dus keurig aan.
Afijn, het is een enigszins zwoele zondagmiddag en ik heb toch niets beters te doen dan in de zon zitten, dus zal ik maar eens even die gegevens invullen. Ik heb begrepen dat daar een mooi en ergonomisch interface voor is, waar je door simpelweg een kruisje op de kaart te corrigeren je positie haarfijn door kunt geven. Iemand die in de Josti-band speelt die moet het dus gewoon kunnen zal ik maar zeggen. Maar dat viel dus nog niet mee. OK. mijn DigiD die had ik dus nog wel snel gevonden, maar toen. Tussen de verschillende pagina's moest ik telkens een kwartier lang wachten. Of soms veel langer. OK, het waren geen vervelende momenten. Ik ben begonnen met een bakje ijs op de trap voor mijn woning te gaan lepelen. Toen ik - ijs op - bij de computer terugkwam stond een groen balkje op het scherm halverwege. Ik heb maar even gewacht. Nogmaals ik heb mij niet verveeld. Toen ik op de rechthoekige grijze knop met 'kaart' gedrukt had, en nog even mijn geduld aan het zonlicht blootstelde kwam er een mooie mevrouw met lang krullend blond haar en een schattig hondje voorbij, en terwijl de kaart op het scherm zich eindelijk aan mij zou openbaren heb ik haar zelfs haar 06-nummer weten te ontfutselen. Het scherm dat ik vervolgens zag kon mijn humeur dus niet meer bederven. Ik heb het als bewijsvoering van mijn onschuld maar bewaard, want ik voel me toch wat ongemakkelijk met die dreiging van die last onder dwangsom in het vooruitzicht.
Aan mijn PC kan het dus niet liggen, die behoort momenteel tot de vrijwel snelste die er zijn. Misschien dat ik het volgende week nog maar eens opnieuw op die website ga proberen, want per brief daar heb ik dus na dat verdwijnen van dat eerdere groene driehoekje ook geen vertrouwen meer in.
Naschrift: Het is me na alle moeilijkheden van vanmiddag, halverwege de avond probleemloos gelukt om mijn antenne alsnog te registreren.
Opmerkelijk was daarbij dat mijn oude mailadres op de registratiewebsite vermeld stond, terwijl ik ook dat een paar maanden geleden had aangepast naar mijn nieuwe adres.
Categorie: life-log - plusminus 791 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
753. Nieuwe wegen (2)
753. Nieuwe wegen (2)
26 april 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
In deel 1 van deze column beschrijf ik dat je hersenspinsels als ze de vrije ruimte krijgen zo vanuit jezelf komen opborrelen. En dat dat een manier van werken is. Dat is volgens mij wel gebruikelijker bij musici en bij schilders dan bij tekstschrijvers. Dat komt misschien ook wel doordat schrijven in een aantal opzichten toch wat meer een rationeel proces is. Je moet er wel echt bij nadenken (anders verschijnt er ook onzin op het scherm), en dat heb ik zelf bij fotograferen veel minder. Ik hoef er daar minder zelf tussenin te gaan zitten en de vertaling van mijn emoties naar het resultaat is daar dan ook veel directer.
Zoals ik het beschreef is het ook wel een beetje aangezet ten opzichte van wat het echt is, maar ik moet wel de ruimte hebben om te schrijven. En ik moet mezelf ook echt vaak overtuigen waarbij een gezonde deadlinedruk is ook ontzettend productief. De beste columns zijn steevast de exemplaren die al dan niet onder die druk in één klap zijn geschreven.
Iedereen heeft daarbij natuurlijk zijn eigen manier van werken. Het verrassende voor veel niet-creatievelingen is vaak dat het allemaal juist weer minder vanuit je 'bewuste' of je 'rationele' komt dan je zou denken. De beste manier als je er echt niet uit komt om inspiratie te krijgen is dan ook om zonder bij na te denken alle losse woorden die uit je onderbewuste naar boven komen borrelen (al dan niet over een specifiek onderwerp), gewoon tegen de linkerkantlijn onder elkaar op te schrijven, en later met die woorden aan de gang te gaan. (Als eerste om er een aantal te schrappen om alvast toch wat meer richting te geven aan je verhaal...)
Maar goed, een beetje column-moe als ik klaarblijkelijk toch wel een heel klein beetje ben is het tijd dus voor wat anders. De beste manier om tot wat anders te komen is natuurlijk het experiment. Ik zou graag wat met humor willen doen, maar ik weet helemaal niet of ik dat wel kan. Rond 2003 of daaromtrent heb ik een aantal op Hans Dorrestijn's werk geïnspireerde nep-krantenartikelen geschreven die ik zelf in dat opzicht wel erg geslaagd vond, en ook nog steeds vind. Ik heb er daar toen een stuk of 30, 35 van geschreven, maar toen was dat concept voor mij ook wel uitgewrongen.
Ik moet echter toch op zijn minst in staat zijn, denk ik, om af en toe een glimlach op de mond van de lezer te toveren. Ik weet dat me dat bij de reguliere columns vaak ook wel gelukt is. Te oordelen naar de reacties was dat met name het geval bij die columns waarin ik zelf enigszins als underdog of als slachtoffer van de omstandigheden werd opgevoerd. (wordt vervolgd)
Categorie: bespiegeling - plusminus 461 woorden - Deze column kan deels op fictie berusten en de informatie is niet noodzakelijkerwijs volledig. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. De column is niet in alle gevallen heel geschikt voor jonge lezers.
752. Nieuwe wegen (1)
18 april 2011
©2011, copyright: GoHansBrinker.com
Ik heb tot een paar weken geleden een maand of vier geen columns voor mijn verschillende websites geschreven. Ik schreef eerder al over de aanleidingen. Ik ben in 2001 begonnen en heb inmiddels zo'n 750 bruikbare columns gemaakt. In werkelijkheid zijn dat er zo'n 40% meer, omdat ik er ook steeds een aantal die ik deels of geheel al had geschreven heb afgekeurd en nooit heb gebruikt.